26-10-2015
Kindergebonden budget
» Lees verder

13-10-2015
Ontslag AOW-gerechtigde
» Lees verder

08-10-2015
De kantonrechter in Zwolle heeft op 3 augustus 2015 een uitspraak gedaan in de volgende zaak:
» Lees verder

Meer nieuws

Payroll constructie

In de jurisprudentie is er momenteel veel aandacht voor de payroll constructie waarvan de eerste vorm 20 jaar geleden zijn intrede heeft gedaan in Nederland. Payrolling houdt in dat een bedrijf zijn werkgeverschap uit handen geeft aan een payroll bedrijf waarbij de werknemer in dienst komt bij een salariėringsbedrijf. Uit de jurisprudentie bleek tot nu toe dat de payroll constructie geen uitzendovereenkomst was in de zin van art. 7:690 BW, omdat de payroll werkgever geen allocatiefunctie zou vervullen. De tot stand gekomen overeenkomst wordt dan gezien als een normale arbeidsovereenkomst in de zin van art. 7:610 BW.

Echter, 4 juli heeft de rechtbank Amsterdam buiten deze lijn van jurisprudentie geoordeeld dat de allocatiefunctie niet beslissend is om een overeenkomst te kwalificeren als (uitzend)overeenkomst. Dit betekent dat vanaf heden payrolling ook onder art. 7:690 BW kan vallen. Hierbij is onder andere van belang om vast te stellen dat beide partijen uitdrukkelijk niet wilden dat er tussen hen een arbeidsovereenkomst op grond van art. 7:610 BW zou ontstaan. Verder heeft Payroll services in dit geval meer gedaan dan alleen het verschuldigde loon betalen aan de werknemer. Payroll services heeft scholingsmogelijkheden geboden aan werknemer en de werknemer heeft op kosten van payroll services een coachingscursus gevolgd. Volgens de rechtbank kan tegen deze achtergrond niet geoordeeld worden dat er een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen.

Payroll services kan gezien worden als werkgever en hij heeft de werknemer ter beschikking gesteld aan de inlener (het bedrijf waar de werknemer direct diensten voor verricht). De bedrijfsactiviteiten van Payroll services bestaan uit het ter beschikking stellen van arbeidskrachten aan derden. Volgens de rechtbank blijkt uit de wetsgeschiedenis dat niet alleen de klassieke uitzendsituatie onder art. 7:690 BW valt, maar dat hieronder ook andere driehoeksrelaties kunnen vallen. Hier is sprake van zo’n driehoeksrelatie. De werkgever hoeft niet een actieve rol te vervullen bij het samenbrengen van arbeidskrachten en derden.

De allocatiefunctie is niet beslissend om een overeenkomst te kwalificeren als uitzendovereenkomst. Voor werknemers die werkzaam zijn via een payroll constructie kan dit betekenen dat de overeenkomst waarvan zij dachten dat het een arbeidsovereenkomst was, nu gekwalificeerd wordt als uitzendovereenkomst. Het verschil in beide overeenkomsten heeft gevolgen voor loondoorbetaling bij ziekte, vakantiedagen & vakantietoeslag en de pensioenopbouw. Verder val je als uitzendkracht onder een andere CAO, dan als werknemer onder een gewone arbeidsovereenkomst.


Bron: www.recht.nl