26-10-2015
Kindergebonden budget
» Lees verder

13-10-2015
Ontslag AOW-gerechtigde
» Lees verder

08-10-2015
De kantonrechter in Zwolle heeft op 3 augustus 2015 een uitspraak gedaan in de volgende zaak:
» Lees verder

Meer nieuws

Opleggen rijvaardigheidsonderzoek

Het bevorderen van de verkeersveiligheid in Nederland is de hoofdtaak van het CBR. Om aan te tonen dat een bestuurder beschikt over de rijvaardigheid en de  lichamelijke of geestelijke geschiktheid vereist voor het besturen van motorrijtuigen wordt er door het CBR een theorie- en praktijkexamen afgenomen voordat er een rijbewijs wordt afgegeven. Met dit rijbewijs mag je motorvoertuigen besturen en ermee deelnemen aan het verkeer. Wat gebeurt er nu als er na afgifte van het rijbewijs op enig moment twijfel ontstaat over de geschiktheid van een bestuurder?

Traject rijvaardigheidsonderzoek

Wanneer bij een bestuurder geconstateerd wordt dat diens deelname aan het verkeer of controle over diens motorvoertuig een mogelijk risico vormt voor de verkeersveiligheid dan wordt hier mededeling van gedaan bij het CBR. Deze mededeling gebeurt schriftelijk op grond van art. 130 lid 1 WVW en onder vermelding van de feiten en omstandigheden die aan het vermoeden ten grondslag liggen. In de meeste gevallen wordt de mededeling door de politie gedaan. Het CBR start vervolgens de vorderingsprocedure.
 
Als aan de hand van informatie in de hierboven genoemde mededeling wordt getwijfeld aan de rijvaardigheid besluit het CBR in de in de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 genoemde gevallen tot een rijvaardigheidsonderzoek. Dit rijvaardigheidsonderzoekis overigens geen examen, maar een herbeoordeling van de rijvaardigheid. Het bestaat uit een theorie- en praktijktest en wordt afgenomen door een BNOR-adviseur (Bureau Nader Onderzoek Rijvaardigheid). Na afloop van het onderzoek wordt een beoordelingsformulier naar het CBR gestuurd, waarna het CBR beslist over een eventuele rijvaardigheidsverklaring voor de chauffeur. Dit komt neer op een positief besluit over de rijvaardigheid of het ongeldig verklaren van het rijbewijs. Als de chauffeur het niet eens is met de weigering van de verklaring van geschiktheid of een beperkte verklaring van geschiktheid kan hij bij het CBR een herkeuring aanvragen. Daarnaast staat de mogelijkheid van bezwaar en beroep open voor belanghebbenden op grond van de Awb (Algemene wet bestuursrecht). Zo kan er bezwaar worden gemaakt tegen het besluit een onderzoek op te leggen, maar ook tegen het besluit over de rijvaardigheid of geschiktheid.

Wettelijke grondslag rijvaardigheidsonderzoek

De wettelijke grondslag voor het opleggen van een rijvaardigheidsonderzoek door het CBR is de mededeling ex art. 130 lid 1 WVW gevolgd door een besluit ex 131 lid 1 onder c WVW, op basis van de in de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 genoemde gevallen.
Volgens vaste rechtspraak van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dient voor het opleggen van een rijvaardigheidsonderzoek slechts te worden vastgesteld of er een vermoeden bestaat dat niet meer over de vereiste rijvaardigheid wordt beschikt. Het opgelegde rijvaardigheidsonderzoek strekt er vervolgens toe of dit vermoeden gegrond is en er inderdaad vastgesteld kan worden dat de chauffeur niet meer beschikt over de noodzakelijke rijvaardigheid.

bron: http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBGEL:2014:4948