26-10-2015
Kindergebonden budget
» Lees verder

13-10-2015
Ontslag AOW-gerechtigde
» Lees verder

08-10-2015
De kantonrechter in Zwolle heeft op 3 augustus 2015 een uitspraak gedaan in de volgende zaak:
» Lees verder

Meer nieuws

Civiele aansprakelijkheid van een soa drager

Inleiding

Veilig seksueel contact is vandaag de dag nog altijd een van de zorgkindjes van het Nederlandse gezondheidsbeleid. Eind jaren tachtig zijn de eerste campagnes tegen onveilig seksueel contact gestart, waarin de risico’s voor de volksgezondheid benadrukt werden. Risico’s die simpel voorkomen kunnen worden voorkomen door het gebruik van voorbehoedsmiddelen, zoals de condoom. Een ieder heeft hierin zijn of haar eigen verantwoordelijk te nemen is de gedachte hierachter. Wat zijn nu de civielrechtelijke consequenties als deze verantwoordelijkheid niet genomen wordt? Kan een soa drager met andere woorden aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade die de sekspartner lijdt door besmetting of blootstelling aan een besmettingsrisico?

Wettelijk kader

Het wettelijke beoordelingskader om te beoordelen of iemand aansprakelijk kan worden gesteld voor het (mogelijk) besmetten van een ander met een soa is de onrechtmatige daad en de vereisten hiervoor neergelegd in artikelen 6:162 BW en 6:163 BW. De vijf vereisten die in deze artikelen liggen besloten zijn: onrechtmatigheid, toerekenbaarheid, schade, causaal verband en relativiteit.

Onrechtmatigheid

Allereerst moest vast komen te staan dat de gedraging onrechtmatig is geweest. Algemeen aangenomen is dat zowel op grond van een rechtsinbreuk als op grond van maatschappelijke zorgvuldigheid het blootstellen van de sekspartner aan een mogelijke besmetting als onrechtmatig aan te merken is. Dit kan zelfs wanneer de drager zelf niet op de hoogte is van het feit dat hij besmet is.
Bij een rechtsinbreuk gaat het bijvoorbeeld om de inbreuk op een subjectief recht van de ander, zoals de aantasting van de lichamelijk of geestelijke integriteit. Bij besmetting van de ander is dit een gegeven, maar bij alleen de blootstelling aan een besmettingsrisico is dit moeilijker aan te nemen. Bij strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid moet er bekeken worden of iemand in strijd heeft gehandeld met ongeschreven zorgvuldigheidsnormen. Gevaarzetting is hiervan een voorbeeld, waarbij besmettingsgevaar in het leven wordt geroepen door het handelen dan wel het achterwege laten van voorzorgsmaatregelen met betrekking tot besmettingsgevaar.

Andere vereisten

Aan de toerekenbaarheid is snel voldaan, want het is al voldoende als de dader verweten kan worden dat er besmetting heeft plaatsgevonden. Handelt de dader in strijd met de hierboven beschreven maatschappelijke zorgvuldigheid is de verwijtbaarheid en dus de toerekenbaarheid doorgaans gegeven. Er is bij een besmetting logischerwijs sprake van schade die voor vergoeding in aanmerking komt, waarbij hieronder vermogensschade en immateriŽle schade in aanmerking komen. Er moet daarnaast voor een onrechtmatige daad sprake zijn van een causaal verband tussen de onrechtmatige gedraging en de schade. Daarbij is van belang of de schade ontstaan zou zijn zonder de onrechtmatige gedraging van de dader. Dit verband tussen besmetting en schade is in de meeste gevallen van onveilig seksueel contact gegeven. Dan rest alleen nog de relativiteit. Hierbij gaat het om het feit dat de rechten op lichamelijke en geestelijke integriteit en de geschonden zorgplicht per definitie strekken tot bescherming van de sekspartner en tegen de schade die hierdoor wordt geleden door de sekspartner.

Conclusie

Omdat aan alle vereiste van de onrechtmatige daad is voldaan kan er gesteld worden dat een soa drager onder omstandigheden aansprakelijk gesteld kan worden voor zowel het blootstellen van een sekspartner aan een besmettingsrisico door onveilig seksueel contact als het overbrengen van een soa. Dit resulteert in een verplichting tot vergoeding van de daardoor geleden schade op grond van artikel 6:162 BW.