26-10-2015
Kindergebonden budget
» Lees verder

13-10-2015
Ontslag AOW-gerechtigde
» Lees verder

08-10-2015
De kantonrechter in Zwolle heeft op 3 augustus 2015 een uitspraak gedaan in de volgende zaak:
» Lees verder

Meer nieuws

Het agenderingsrecht

Hoewel de bevoegdheidsverdeling binnen een rechtspersoon n van de kernonderwerpen is binnen het ondernemingsrecht, is dit allerminst een vast statisch gegeven. De vraag wie de uiteindelijke macht heeft binnen een vennootschap is dan ook niet eenduidig te beantwoorden. Verschillende ontwikkelingen op sociaal economisch gebied beïnvloeden de vraag of de uiteindelijke macht bij de aandeelhouders, verenigd in de algemene vergadering van aandeelhouders, dan wel bij het bestuur zou moeten liggen. Het is derhalve sterk afhankelijk van de tijdsgeest.

Geschiedenis

De wetgever van 1838 was sterk beïnvloed door de ideen ontwikkeld tijdens de Franse revolutie met betrekking tot het concept ‘democratie’ en het was dan ook vanzelfsprekend dat de nadruk op de soevereiniteit van de aandeelhouders lag. Onder de wet van 1838 werd de AVA derhalve gezien als de hoogste macht binnen de vennootschap en de bestuurders werden beschouwd als lasthebbers.

Begin twintigste eeuw vond er een kentering plaats: vanuit de markt kwam steeds vaker de vraag of de macht van de aandeelhouders niet kon worden ingeperkt. Dit had alles te maken met het feit dat steeds meer vennootschappen voor hun kapitaalbehoefte een beroep deden op de mark. Dit had tot gevolg dat aandeelhouders minder betrokken waren bij de vennootschap dan voorheen. Aandeelhouders werden anoniemer en het risico op een toevallige meerderheid tijdens de AVA groter. Teneinde deze risico’s in te perken ging men steeds vaker werken met oligarchische clausules die de bevoegdheden van de aandeelhouders inperkten. Tot het eind van de twintigste eeuw maakte het bestuur in feite de dienst uit en had zij dus ook de uiteindelijke macht binnen de vennootschap.

Het oude agenderingsrecht

Met het verschijnen van de aanbevelingen van de commissie Peters kwam hier eind twintigste eeuw een einde aan. Deze commissie was ingesteld om te kijken naar de macht en plaats van de aandeelhouders binnen de vennootschap. En van de aanbevelingen van de commissie Peters betrof het instellen van een agenderingsrecht voor aandeelhouders om zodoende te bewerkstelligen dat de kapitaalverschaffers meer inspraak kregen tijdens de AVA. Onder meer deze aanbeveling heeft ertoe geleidt dat de wetgever in 2004 het agenderingsrecht voor aandeelhouders in de wet opnam. Dit agenderingsrecht hield in dat aandeelhouders schriftelijk om behandeling van een onderwerp in de AVA konden verzoeken. Het agenderingsrecht had als voornaamste doel de communicatie tussen de aandeelhouders en het bestuur te bevorderen. Over het algemeen zag men het agenderingsrecht als een toegevoegde waarde in het systeem van check & balances tussen het bestuur en de aandeelhouders. De checks & balances zorgen ervoor dat de verschillende organen, met eigen bevoegdheden binnen de vennootschap, elkaar controleren.

ABN AMRO

Het agenderingsrecht kwam echter in een controversieel daglicht te staan naar aanleiding van de overnameperikelen rondom ABN AMRO in 2007. Hedgefonds The Children's Investment Fund (hierna:’TCI’) schreef een brief aan het bestuur waarin zij stelde dat de bank ondermaats presteerde en dat de verschillende onderdelen van ABN AMRO meer waard waren dan de som der delen. TCI vroeg het bestuur een aantal punten op de agenda te plaatsen voor de AVA, waaronder een verzoek om de bank op te splitsen en de daaruit voortvloeiende revenuen aan de aandeelhouders uit te keren als dividend. Of het agenderingsverzoek in dezen nu daadwerkelijk direct heeft geleid tot de overname door het bankenconsortium van Royal Bank of Scotland, Santander en Fortis is niet geheel duidelijk, maar men kan gerust stellen dat het bestuur van ABN AMRO behoorlijk onder druk werd gezet door dit voorstel van TCI.

Het nieuwe agenderingsrecht

De wetgever heeft middels de een wetswijziging hier iets tegen proberen te doen. Waar het agenderingsrecht voorheen toe kwam aan aandeelhouders die alleen of gezamenlijk tenminste 1 procent van het geplaatste kapitaal verschaften, komt het recht na de wijziging alleen toe aan aandeelhouders die alleen of gezamenlijk 3 procent van het geplaatste kapitaal verschaffen.